Woonoverlast



Het CCV helpt

Het CCV kan u adviseren over uw aanpak woonoverlast. Zoals vragen over beleidsplannen, samenwerking tussen partners en het delen van goede voorbeelden.

Voor individuele casussen kunt u de tool Beoordeel uw casus op deze website gebruiken en informatie inwinnen bij uw eigen juridische afdeling.

Bel of mail met Katja Steverink CCV-adviseur Aanpak woonoverlast of Frannie Herder CCV-adviseur Buurtbemiddeling.

FAQ Woonoverlast en gegevensdeling

Professionals hebben veel vragen over de (on)mogelijkheden om gegevens te delen in het kader van de aanpak van woonoverlast. Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV) verzamelde de meest gestelde vragen en geeft antwoorden. Het zijn korte antwoorden. Meer gedetailleerde antwoorden vind je in de bronnenlijst (zie rubriek 'Meer informatie' onderaan deze pagina). De antwoorden werden met zorg samengesteld, maar hier kunnen geen enkele rechten aan worden ontleend.

Algemene vragen

1. Wat heeft gegevensverwerking te maken met de aanpak van woonoverlast?

Bij de aanpak van woonoverlast verwerken gemeenten, verhuurders, de politie en andere partners vaak persoonsgegevens. Persoonsgegevens zoals naam, adres en contactgegevens worden opgeslagen. Om de privacy van de betrokkene (de overlastveroorzaker of omwonenden) te beschermen gelden wettelijke regels. Deze staan onder meer in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

2. Wanneer mag ik gegevens verwerken bij de aanpak van woonoverlast?

De AVG geeft zes redenen om gegevens te mogen verwerken (artikel 6 AVG). Dat mag bijvoorbeeld als de betrokkene toestemming heeft gegeven, of als de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een (huur)overeenkomst of om te voldoen aan een wettelijke verplichting (bijvoorbeeld de Wet aanpak woonoverlast).

3. Wanneer heeft een betrokkene toestemming gegeven voor gegevensverwerking?

Toestemming is niet zomaar gegeven. De wet stelt strenge eisen aan de toestemming. De betrokkene moet zijn wil op een vrije, specifieke manier hebben geuit. Deze wilsuiting moet geïnformeerd zijn en ondubbelzinnig. Iemand mag zijn toestemming ook weer intrekken (artikel 4 AVG).

4. Zijn er nog andere eisen gesteld aan gegevensverwerking bij de aanpak van woonoverlast?

Jazeker! Voor alle gegevensverwerking (niet alleen in het kader van de Wet aanpak woonoverlast) gelden strenge eisen. In de AVG staat bijvoorbeeld dat de verwerking rechtmatig, behoorlijk en transparant moet zijn. Ook mogen de gegevens alleen voor een specifiek doel worden verwerkt. Er gelden ook nog andere gedetailleerde eisen. Deze vind je in artikel 5 AVG.

5. Valt gegevens verstrekken aan een andere instantie ook onder het verwerken van persoonsgegevens?

Ja, dat valt daar ook onder volgens artikel 4 van de AVG.

Verwerking persoonsgegevens bij woonoverlast

6. Mag de gemeente persoonsgegevens verwerken bij de aanpak van woonoverlast?

Ja, dat mag. De verwerking is noodzakelijk om de Wet aanpak woonoverlast te handhaven. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de handhaving van artikel 174a Gemeentewet (de Wet Victoria), artikel 13b Opiumwet (de Wet Damocles), de Woningwet, de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) of lokale verordeningen.

7. Mogen gegevens over gezondheid van overlastveroorzakers of hun omwonenden worden verwerkt door de gemeente?

Het is in principe verboden om deze ‘bijzondere persoonsgegevens’ te verwerken (artikel 9 AVG), maar de burgemeester mag dat wel doen in het kader van de handhaving van de Wet verplichte GGZ. Ook dan gelden nog steeds strenge regels en mogen niet alle gegevens zomaar worden verwerkt of gedeeld met derden. Het is onduidelijk of de burgemeester deze bijzondere persoonsgegevens mag verwerken in het kader van de Wet aanpak woonoverlast. Als de betrokkene toestemming geeft, mag dit wel. Het geven van toestemming is alleen niet zo eenvoudig, want er gelden strenge eisen (zie vraag 3). Zie ook de vragen 30 en 35.

8. Mag een verhuurder gegevens verwerken voor de aanpak van woonoverlast?

Ja, dat mag. De verhuurder verwerkt persoonsgegevens omdat dit noodzakelijk is voor de uitvoering van een huurovereenkomst. Ook hebben verhuurders een wettelijke plicht om overlast te onderzoeken en aan te pakken. Die is bijvoorbeeld te vinden in artikel 45 van de Woningwet of artikel 51 lid 1 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.

9. Mogen gegevens over gezondheid van overlastveroorzakers of hun omwonenden worden verwerkt door een verhuurder van woningen, zoals een woningcorporatie of (professionele) private verhuurder?

Nee, dat mag in principe niet. Het is wel toegestaan als de betrokkene daar toestemming voor heeft gegeven.

10. Mogen gegevens over strafrechtelijke veroordelingen of strafbare feiten begaan door overlastveroorzakers of hun omwonenden worden verwerkt door de gemeente of verhuurders?

Nee, dat mag in principe niet (artikel 10 AVG). Want ook dit zijn bijzondere persoonsgegevens.

Gegevensdeling tussen gemeente en verhuurder

11. Mogen gemeenten en verhuurders onderling gegevens uitwisselen om woonoverlast aan te pakken?

Ja, dat mag. Beide partners mogen persoonsgegevens verwerken in het kader van hun wettelijke taken om woonoverlast aan te pakken. Wel moeten zij aan de wettelijke eisen (bijvoorbeeld de AVG) voldoen.

De burgemeester kan verhuurders waarschuwen in het kader van de Wet aanpak woonoverlast, omdat verhuurders ook een zorgplicht hebben.

Gegevensdeling tussen politie en gemeente

12. Mag de politie gegevens delen met de gemeente?

Ja, dat mag. Er gelden wel voorwaarden. Die zijn te vinden in de Wet Politiegegevens (Wpg). Welke regels precies gelden is afhankelijk in het kader van welke taak de gegevens worden gedeeld.

13. Hoe zit de gegevensdeling bij de handhaving van de Wet aanpak woonoverlast?

Dat is intussen goed geregeld. De politie moet op grond van artikel 18 Wpg de gegevens verstrekken aan de burgemeester voor de handhaving van de Wet aanpak woonoverlast (artikel 151d Gemeentewet). Dat is door de Minister vastgelegd in het Besluit Politiegegevens (artikel 4:2 lid 1 sub ab.).

Vóór oktober 2021 was dit nog niet het geval. Toen was een en ander geregeld in een apart Wpg-machtigingsbesluit Wet aanpak woonoverlast. Dit besluit is nu niet meer relevant.

14. Kan de gegevensdeling niet in het kader van de handhaving van de openbare orde?

Dat is niet handig bij de handhaving van de Wet aanpak woonoverlast. De politie verstrekt politiegegevens aan de burgemeester in het kader van de handhaving van de openbare orde (artikel 16 lid 1 sub b Wet Politiegegevens). De handhaving van de Wet aanpak woonoverlast valt volgens de regering niet onder de handhaving van de openbare orde. Daarom kun je beter gebruikmaken van de mogelijkheid die het Besluit Politiegegevens biedt (artikel 4:2 lid 1 sub ab.).

Bij de toepassing van andere bevoegdheden die wel onder de handhaving van de openbare orde vallen, kan wel gebruik worden gemaakt van de Wet Politiegegevens. Denk dan bijvoorbeeld aan de toepassing van de Wet Victoria of bevoegdheden uit de APV.

15. Is het nodig om een convenant af te sluiten om gegevens te delen tussen politie en gemeente?

Nee, dat is niet nodig. De Wet politiegegevens en het Besluit Politiegegevens maken deze gegevensdeling al mogelijk. Een convenant is wellicht wel noodzakelijk als er ook met andere partners gegevens moeten worden gedeeld.

Gegevensdeling tussen politie en verhuurder

16. Waarom zou een verhuurder politiegegevens willen ontvangen?

Voor een verhuurder is het handig en soms noodzakelijk, om politiegegevens te gebruiken in het overlastdossier. Dit dossier wordt gebruikt als onderbouwing van een vordering bij de rechter. Bijvoorbeeld voor een huurrechtelijke gedragsaanwijzing, een ontbindings- en/of ontruimingsvordering. Politiegegevens zijn sterk bewijs in een juridische procedure.

17. Mag de politie politiegegevens delen met de verhuurder?

De politie kan gegevens delen met een verhuurder. Er gelden alleen strenge eisen. Deze eisen zijn te vinden in de Wet Politiegegevens. Er zijn 2 mogelijkheden: 1) incidentele verstrekking van politiegegevens (artikel 19 Wet Politiegegevens) en 2) gegevensverstrekking via een samenwerkingsverband (artikel 20 Wet Politiegegevens).

18. Kan er door de politie structureel gegevens worden uitgewisseld met verhuurders, net zoals met de burgemeester gebeurt?

Nee, dat is nu niet mogelijk. Het is de politie niet toegestaan om structureel gegevens te delen met verhuurders (artikel 18 Wet Politiegegevens), omdat verhuurders niet zijn genoemd in het Besluit Politiegegevens. De burgemeester wordt daarin wel genoemd.

Er blijven dan 2 mogelijkheden over: 1) incidentele verstrekking van politiegegevens (artikel 19 Wet Politiegegevens) en 2) gegevensverstrekking via een samenwerkingsverband (artikel 20 Wet Politiegegevens).

19. Wanneer is incidentele gegevensverstrekking toegestaan?

Incidentele gegevensverstrekking gaat over het eenmalig verstrekken van gegevens. Bij elke overlastcasus moet de politie een nieuwe beslissing nemen.

De politie kan overgaan tot een incidentele verstrekking van politiegegevens aan een verhuurder als voldaan is aan een aantal voorwaarden (artikel 19 Wet Politiegegevens). Ten eerste moet het gaan om een bijzonder geval. Ten tweede moet het noodzakelijk zijn met het oog op een zwaarwegend algemeen belang. Ten derde moet de burgemeester of de officier van justitie akkoord zijn met de verstrekking. Ten vierde moet het verstrekken van de gegevens een van de volgende doeleinden dienen:

  • a. het voorkomen en opsporen van strafbare feiten;
  • b. het handhaven van de openbare orde;
  • c. het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven;
  • d. het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving.

Omdat er een zwaarwegend algemeen belang moet zijn, weegt de politie de belangen af. Het belang van de gegevensverstrekking wordt afgewogen tegen het belang van de persoonlijke levenssfeer van degene op wie de politiegegevens betrekking hebben. De beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit spelen een rol bij deze belangenafweging. Dat betekent dat gegevens die minder ingrijpend zijn voor de persoonlijke levenssfeer eerder mogen worden verstrekt dan gegevens die meer ingrijpend zijn.

20. Wat betekent gegevensverstrekking via een samenwerkingsverband?

Het is voor de politie ook mogelijk om politiegegevens te verstrekken aan een samenwerkingsverband van de bevoegde autoriteiten en personen en instanties (artikel 20 Wet Politiegegevens). Dat kunnen bijvoorbeeld verhuurders zijn. Er is dan geen sprake van een incidentele verstrekking, maar van een meer systematisch delen van gegevens binnen dat samenwerkingsverband.

Er hoeft hier geen sprake te zijn van een bijzonder geval. Maar voor deze methode van gegevensdeling gelden wel strenge eisen. Ten eerste moet het noodzakelijk zijn met het oog op een zwaarwegend algemeen belang. Ten tweede moet de burgemeester of de officier van justitie akkoord zijn met de verstrekking. Ten derde moet het verstrekken van de gegevens een van de volgende doeleinden dienen:

  • a. het voorkomen en opsporen van strafbare feiten;
  • b. het handhaven van de openbare orde;
  • c. het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven;
  • d. het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving.

Omdat er ook hier een zwaarwegend algemeen belang moet zijn, weegt de politie de belangen af. Het belang van de gegevensverstrekking wordt afgewogen tegen het belang van de persoonlijke levenssfeer van degene op wie de politiegegevens betrekking hebben. De beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit spelen een rol bij deze belangenafweging. Dat betekent dat gegevens die minder ingrijpend zijn voor de persoonlijke levenssfeer eerder mogen worden verstrekt dan gegevens die meer ingrijpend zijn.

21. Zijn er nog extra voorwaarden aan gegevensverstrekking aan een samenwerkingsverband?

Ja, die zijn er. Artikel 20 lid 2 van de Wet Politiegegevens vereist dat in de beslissing om gegevens te verstrekken, wordt vastgelegd:

  • ten behoeve van welk zwaarwegend algemeen belang de verstrekking noodzakelijk is;
  • ten behoeve van welk samenwerkingsverband de politiegegevens worden verstrekt;
  • alsook het doel waartoe dit samenwerkingsverband is opgericht;
  • welke gegevens worden verstrekt;
  • de voorwaarden waaronder de gegevens worden verstrekt;
  • aan welke personen of instanties de gegevens worden verstrekt.

22. Hoe moet een samenwerkingsverband eruit zien?

De Wet politiegegevens stelt geen eisen aan hoe een samenwerkingsverband moet worden geregeld of eruit moet zien. De politie moet wel deelnemen aan het samenwerkingsverband.

23. Is een convenant hetzelfde als een samenwerkingsverband?

Een convenant wordt vaak gebruikt om een samenwerkingsverband op te richten en afspraken in vast te leggen.

24. Is een convenant noodzakelijk om gegevens te krijgen van de politie?

Nee, dat is niet nodig. Er zijn ook andere manieren om politiegegevens te verkrijgen. Denk aan incidentele verstrekking van de politiegegevens (artikel 19 Wet Politiegegevens). De burgemeester kan zonder convenant ook op andere manieren politiegegevens ontvangen (zie artikel 16 of artikel 18 Wet Politiegegevens).

Op basis van een convenant kan bovendien niet automatisch alle gegevens worden gedeeld. Het is namelijk per partner altijd afhankelijk van de mogelijkheden van hun eigen wettelijke taken en bevoegdheden. Ook zijn er nog steeds eisen die bijvoorbeeld de AVG stelt.

25. Er is in mijn regio een convenant of een vraag voor incidentele gegevensverstrekking, maar de politie weigert om de gegevens aan een verhuurder te verstrekken. Hoe kan dat?

Bij gegevensverstrekking aan een samenwerkingsverband (bijvoorbeeld geregeld in een convenant) of een incidentele verstrekking van politiegegevens moet de politie altijd een belangenafweging maken. De politie kan in deze belangenafweging besluiten om geen politiegegevens te delen. Bijvoorbeeld omdat de belangen van een mogelijke overlastveroorzaker door het delen van politiegegevens te sterk worden geraakt. Het delen van politiegegevens kan bijvoorbeeld leiden tot het vorderen van ontruiming van een huurwoning. De politie kan van mening zijn dat er eerst minder ingrijpende middelen moeten worden ingezet, zoals de Wet aanpak woonoverlast.

26. De politie wil geen politiegegevens delen met verhuurders voordat de Wet aanpak woonoverlast is ingezet. Is dat correct?

Door de belangenafweging die de politie maakt, wordt soms vereist dat de burgemeester eerst de Wet aanpak woonoverlast gebruikt om de overlast aan te pakken. Pas na die inzet zal de politie wellicht gegevens delen met de verhuurder.

Dat leidt wel tot problemen, omdat de burgemeester pas de Wet aanpak woonoverlast kan gebruiken als de overlast redelijkerwijs niet meer op een andere geschikte wijze is aan te pakken. De burgemeester gaat dus de Wet aanpak woonoverlast pas inzetten als de verhuurder alle huurrechtelijke instrumenten heeft gebruikt om de overlast te bestrijden. De zaak zal daarom worden terugverwezen naar de verhuurder. De verhuurder kan alleen niet optreden, omdat hij geen politiegegevens in het overlastdossier heeft. Er ontstaat zo dus een vervelende vicieuze cirkel:

27. Hoe kan deze vicieuze cirkel worden doorbroken? Hoe kan een verhuurder toch eerst optreden tegen overlast, nog voordat de burgemeester de Wet aanpak woonoverlast moet inzetten?

In de praktijk wordt de vicieuze cirkel op een aantal manieren doorbroken. Het is nog onduidelijk of deze methoden rechtmatig zijn.

De eerste stap is dat de burgemeester politiegegevens krijgt van de politie op basis van artikel 16 of 18 van de Wet Politiegegevens (zie ook de vragen 13 en 14). Hij is volgens artikel 7 lid 2 van de Wet Politiegegevens vervolgens verplicht tot geheimhouding. Deze plicht kan worden doorbroken als de burgemeester oordeelt dat zijn taak hem daartoe noodzaakt.

De tweede stap is dat de burgemeester oordeelt dat hij de geheimhouding moet doorbreken omdat zijn taak hem daartoe noodzaakt. Om de woonoverlast aan te pakken, is het noodzakelijk de van de politie verkregen gegevens te verstrekken aan de verhuurder.

28. Is er ook een andere manier om via de burgemeester gegevens bij de verhuurder te krijgen?

Een alternatieve tweede stap is dat de burgemeester zijn bestuurlijke bevoegdheid inzet en de verhuurder in het kader van de Wet aanpak woonoverlast een waarschuwing geeft. De verhuurder heeft namelijk sinds 2021 een zorgplicht die voortvloeit uit de Wet aanpak woonoverlast.

Dit betekent dat de burgemeester direct de verhuurder kan aanspreken bij overlastgevend gedrag van huurders als de verhuurder zich niet, of op een verkeerde manier inzet om de ernstige en herhaaldelijke overlast aan te pakken. De burgemeester voegt de ontvangen gegevens van de politie toe aan deze waarschuwing. Met de waarschuwing en de verkregen gegevens kan de verhuurder vervolgens ook stappen zetten.

29. Hoe kan de vicieuze cirkel blijvend worden doorbroken?

Een oplossing zou kunnen zijn om in het Besluit Politiegegevens op te nemen dat de politie gegevens verstrekt aan verhuurders (of woningcorporaties/toegelaten instellingen) als deze woonoverlast willen bestrijden in het kader van hun wettelijke taak neergelegd in onder andere artikel 45 van de Woningwet of artikel 51 lid 1 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.

Gegevensdeling tussen zorg en andere partners

30. Kunnen hulpverleners eenvoudig gegevens uitwisselen met andere partners zoals de gemeente, politie of verhuurders?

Nee, dat is helemaal niet eenvoudig. Er is namelijk een geheimhoudingsplicht. Alleen onder strenge voorwaarden kan een hulpverlener die geheimhouding doorbreken.

31. Waar kan de geheimhouding voor een hulpverlener uit voortvloeien?

Er zijn heel veel verschillende soorten hulpverleners, dus er zijn diverse regelingen relevant. De geheimhouding kan bijvoorbeeld geregeld zijn in de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst (artikel 7:457 van het Burgerlijk Wetboek), de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (artikel 88 van deze Wet BIG), een beroepscode of de Jeugdwet (artikel 7.3.11).

32. Wat is het gevolg als ten onrechte de geheimhouding wordt doorbroken?

Het ten onrechte doorbreken van een geheimhoudingsplicht door een hulpverlener kan grote gevolgen hebben. Er kan een straf- of tuchtrechtelijke procedure volgen (artikel 272 Wetboek van Strafrecht). Dat betekent dus dat iemand zijn baan kan verliezen of een andere stevige sanctie opgelegd kan krijgen.

Hulpverleners zullen logischerwijs dus terughoudend zijn om de geheimhouding te doorbreken.

33. Is doorbreking van de geheimhouding in het geval van woonoverlast helemaal niet mogelijk?

Doorbreking van de geheimhoudingsplicht is wel mogelijk, maar alleen onder strenge voorwaarden. Zo kan de plicht worden doorbroken als de betrokkene (bijvoorbeeld de overlastveroorzaker) uitdrukkelijke toestemming geeft. Er zijn strenge eisen verbonden aan die toestemming: die wordt niet zomaar geacht te zijn gegeven.

Er zijn ook andere redenen om het beroepsgeheim te doorbreken:

  • als een vervanger de werkzaamheden van de beroepskracht moet verrichten
  • een wettelijk meldrecht
  • een conflict van plichten

34. Wanneer is er sprake van een conflict van plichten dat doorbreken van het beroepsgeheim wellicht rechtvaardigt?

Dit is erg afhankelijk van de omstandigheden in een situatie, maar de volgende criteria spelen een rol om te beoordelen of er sprake is van een conflict van plichten:

  • Bij het niet-doorbreken van het beroepsgeheim ontstaat naar alle waarschijnlijkheid ernstige schade voor de betrokkene of een ander.
  • Er is geen andere weg dan doorbreking van het beroepsgeheim om het te verwachten gevaar af te wenden.
  • Het is vrijwel zeker dat door de doorbreking van het beroepsgeheim schade aan de betrokkene of anderen kan worden voorkomen of beperkt.
  • De hulpverlener verkeert in gewetensnood door het handhaven van zijn of haar zwijgplicht.
  • De hulpverlener heeft alles in het werk gesteld om toestemming van de betrokkene te krijgen om informatie te verstrekken aan derden.

Het is niet mogelijk om van tevoren te zeggen wanneer er in het geval van woonoverlast sprake is van een conflict van plichten.

35. Mogen hulpverleners wel ‘dat-gegevens’ of ‘buitenkant-informatie’ delen met andere partners?

Er wordt wel gesproken van ‘dat-gegevens’ of ‘buitenkantinformatie’. Dat gaat om informatie dat een overlastveroorzaker patiënt is of hulpverlening krijgt, zonder dat vermeld wordt wat die zorg, hulpverlening, begeleiding of ondersteuning precies inhoudt. Ook deze informatie geldt als persoonsgegeven en zelfs als een bijzonder persoonsgegeven omdat het de gezondheid van iemand betreft. Delen van deze informatie is dus niet zomaar toegestaan, ook in het kader van het beroepsgeheim (zie ook vraag 10).

Meer informatie