Woonoverlast

Het CCV helpt

Het CCV kan u adviseren over uw aanpak woonoverlast. Zoals vragen over beleidsplannen, samenwerking tussen partners en het delen van goede voorbeelden.

Voor individuele casussen kunt u de tool Beoordeel uw casus op deze website gebruiken en informatie inwinnen bij uw eigen juridische afdeling.

Bel of mail met Katja Steverink CCV-adviseur Aanpak woonoverlast, 06 - 104 476 46 of Frannie Herder CCV-adviseur Buurtbemiddeling, 06 – 120 647 72.

Woonoverlast

In heel Nederland ervaren bewoners regelmatig woonoverlast, zoals geluidsoverlast van buren, vervuilde tuinen en woningen, viezigheid van dieren, verloederde en vervallen panden of ernstige overlast door drugshandel. Zeker aanhoudende overlast kan het woongenot en gevoel van veiligheid van bewoners ernstig bedreigen.

Bij woonoverlast gaat het vooral om overlast tussen buurtbewoners onderling, vaak als gevolg van botsende leefstijlen. De aanpak is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten, woningcorporaties, politie en buurtbewoners.


Definitie woonoverlast

Woonoverlast is hinder die in, vanuit en rondom een woning kan worden veroorzaakt. De overlastgever en of degenen voor wie hij verantwoordelijk is vertonen overlastgevend gedrag en of laten juist na bepaald gedrag te vertonen waardoor een onplezierige ervaring bij omwonenden wordt veroorzaakt. Denk daarbij aan: geluidsoverlast, fysieke verloedering, vervuiling, intimiderend gedrag, brandgevaar en drugsoverlast.

Omvang van woonoverlast

Serieus maatschappelijk probleem
Woonoverlast is in Nederland een serieus maatschappelijk probleem. Veel Nederlanders ervaren dagelijks meer dan toelaatbare overlast van hun directe buren, waaronder geluidsoverlast, overlast als gevolg van huisdieren, stankoverlast, problemen door drugs- en/of drankgebruik, agressief gedrag of intimidatie.

Woononderzoek
De Rijksoverheid doet om de drie jaar onderzoek naar hoe mensen wonen en willen wonen. Ze kijkt daarbij onder meer naar de samenstelling van huishoudens, de woning, de woonlasten, woonwensen en woonomgeving.

Van de 70.000 Nederlanders betrokken bij het Woononderzoek Nederland in 2015 van het CBS heeft 6,8 procent aangegeven vaak overlast te ondervinden van directe buren. 16,6 procent ervaart soms overlast. Uit de cijfers blijkt dat overlast het meest ervaren wordt in: huurwoningen, met name in meergezinswoningen (bijvoorbeeld een flat), in de steden.

Samenwerkingspartners

Aanpak overlast
In de praktijk wordt veel gedaan om woonoverlast in Nederland terug te dringen. De gemeente, de woningcorporaties en de politie werken nauw samen om woonoverlast in de huursector te bestrijden. Ook overlast in koopwoningen komt veel voor en vraagt een gerichte aanpak om de overlast te bestrijden.

Hulpverlening
Bij veel overlastgevallen spelen psychische problemen een rol. Overlastgevers of overlastgevende gezinnen zijn dan niet altijd redelijkerwijs aanspreekbaar op hun gedrag. De overlast moet echter wel gestopt worden, zeker als die ernstig is.

De gemeente, politie, Openbaar Ministerie, corporatie en de zorg moeten in dit geval nauw samenwerken om voor deze mensen de passende zorg te regelen en de overlast te beëindigen. Hulpverlening is dan ook een belangrijk component in de duurzame aanpak van woonoverlast.

Aanpak van woonoverlast

Praten en bemiddeling
De aanpak van woonoverlast kenmerkt zich door de fases waarin de overlast zich bevindt. In het begin van de overlast zijn interventies zoals gespreksvoering en bemiddeling van belang.

Zwaardere interventies
Naarmate de overlast aanhoudt zullen zwaardere interventies zoals vrijwillige en rechterlijke gedragsaanwijzingen en andere juridische middelen noodzakelijk zijn. Aan het einde van het traject dreigt uitzetting of sluiting van een woning en mogelijk alternatieve woonvormen. In alle gevallen is het streven naar een duurzame, oplossingsgerichte aanpak van belang.

Succesfactoren aanpak woonoverlast

  • Leg de samenwerking tussen gemeente, politie, Openbaar Ministerie, corporatie en zorg goed vast (eventueel in een samenwerkingsconvenant).
  • Maak duidelijke werkafspraken; schrijf een interventieplan waarin wordt aangegeven wie wat wanneer doet.
  • Zorg voor een eenduidig registratiesysteem; maak afspraken over de wijze van registreren.
  • Vroege signalering overlastproblemen; De meeste overlast begint als iets kleins. Creëer een adequaat meldysteem zodat je kan ingrijpen voordat het uit de hand loopt.
  • Ga op zoek naar de kern van het probleem. Bij de melder, maar ook bij de overlastveroorzaker (hoe gaat het met u? wat kunnen we voor u doen?).
  • Betrek de hulpverlening in een vroeg stadium.

Voorlichting, advisering en bijeenkomsten

Presentaties en workshops
Het CCV ondersteunt gemeenten, corporaties en hun partners bij het opzetten van een effectieve aanpak in de strijd tegen woonoverlast. Een van de activiteiten van het CCV is voorlichting in de vorm van presentaties en workshops. Ook worden er geregeld themabijeenkomsten gehouden, om een breder publiek voor te lichten over actuele ontwikkelingen en de aanpak van professionals in de praktijk.

Regionale overleggen
Het is mogelijk om vanuit het CCV aan te sluiten bij uw lokale overleggen om direct met u in gesprek te gaan en ervaringen te delen over woonoverlast. Denk hierbij aan OOV overleggen, of speciale thema-bijeenkomsten in uw regio. Ook is de stimulering van regionale samenwerkingsverbanden een mogelijkheid.

Advisering
Het CCV is er ook voor al uw vragen omtrent de aanpak van woonoverlast. Dit kan middels het raadplegen van onze adviseurs Katja Steverink en Frannie Herder. Daarnaast is het ook mogelijk om op locatie bij u een bezoek te brengen en u direct te adviseren en helpen bij uw dagelijkse werkpraktijk.

Het CCV combineert inzichten uit de wetenschap, praktijkvoorbeelden en ervaringen van professionals, om u zo goed mogelijk van dienst te zijn.

Expertteam woonoverlast

Bent u betrokken bij de aanpak van woonoverlast? Dan is het goed te weten dat er een expertteam is. Sinds 19 mei staat het expertteam aanpak woonoverlast voor u klaar. Een nieuwe stap is gezet in de landelijke aanpak van woonoverlast. Wilt u weten wat dit voor u betekent, lees dan verder.

Waarom?
Helaas is overlast in de woonomgeving nog steeds een actueel probleem. In de praktijk wordt veel gedaan om woonoverlast in Nederland terug te dringen. De gemeente, woningbouwcorporaties, politie en hulpverlening werken nauw samen om deze overlast te bestrijden. Ondanks alle inspanningen zijn er nog veel uitdagingen en moeten professionals ondersteund worden in hun werkzaamheden.

Met een gezamenlijke visie, prioritering en aanpak, wil het expertteam de landelijke aanpak van woonoverlast in Nederland verder verbeteren.

Wat kunt u van ons verwachten?
Centraal staat het bespreken van de actualiteit (signalen uit de praktijk, parlementaire zaken). Welke aanpak werkt goed in de praktijk en welke kennis is nog nodig en waar kunnen de ketenpartners elkaar verder te versterken? Denk hierbij aan de verbindingen tussen veiligheid en zorg. Uiteindelijk kan dit leiden tot verschillende producten zoals een onderzoek en een overzichten met signalen en trends en eventueel het starten van nieuwe projecten en samenwerkingskansen.

Leden
Dit expertteam bestaat uit de volgende partijen:

  • Esther Jägers, Ministerie van Veiligheid en Justitie
  • Evelien Scharphof, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties
  • Katja Steverink, Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, CCV
  • Frannie Herder, Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, CCV
  • Michel Vols, Rijksuniversiteit van Groningen, RUG
  • Nathalie Boerebach, Aedes
  • Francis Saathof, Bureau WoonTalent
  • VNG

Heeft u vragen of wilt u ontwikkelingen delen, die in het expertteam besproken kunnen worden? Neem contact op met Katja Steverink, projectleider woonoverlast bij het CCV, 06 104 476 46.

Meer informatie over woonoverlast

De belangrijkste informatie over woonoverlast staat in de volgende brochures:

Voor vragen en/of opmerkingen over de aanpak van woonoverlast kunt u contact opnemen met Katja Steverink, CCV-adviseur Aanpak woonoverlast.


Video 'Overlast zit tussen de oren'