Woonoverlast

Het CCV helpt

Het CCV kan u adviseren over uw aanpak woonoverlast. Zoals vragen over beleidsplannen, samenwerking tussen partners en het delen van goede voorbeelden.

Voor individuele casussen kunt u de tool Beoordeel uw casus op deze website gebruiken en informatie inwinnen bij uw eigen juridische afdeling.

Bel of mail met Katja Steverink CCV-adviseur Aanpak woonoverlast of Frannie Herder CCV-adviseur Buurtbemiddeling.

Maatregelen tegen verloedering, vervuiling en brandgevaar

Het bestuursrecht biedt veel mogelijkheden om woonoverlast aan te pakken. De Woningwet is hierin een belangrijk instrument. Het gemeentebestuur kan handhaven op gevaarlijke en overlastgevende woonsituaties.

Optreden op basis van Woningwet

De Woningwet vormt het zwaartepunt van de bouwregelgeving. De Woningwet reguleert het gebruik van bouwwerken. Een woning is aan te merken als een bouwwerk. De belangrijkste bepaling in dit verband is artikel 1b. Dit artikel verbiedt – kort gezegd – eigenaren en gebruikers van bouwwerken (eigenaren èn huurders) om het Bouwbesluit 2012 te overtreden.

Verboden Bouwbesluit
In dit Bouwbesluit is onder meer verboden:

  • om een woning op een brandgevaarlijke manier te gebruiken;
  • om die te laten vervuilen;
  • en om een woning op een hinderlijke wijze te (laten) gebruiken.

In artikel 1a Woningwet is bovendien een vangnetbepaling opgenomen. Op grond van deze bepaling is het verboden om door de staat of het gebruik van de woning een gevaar voor de gezondheid of veiligheid te laten ontstaan of te laten voortduren.

Optreden tegen woonoverlast
In het geval van woonoverlast zullen deze verbodsbepalingen geregeld worden overtreden. Het is aan het college van burgemeester en wethouders om handhavend op te treden tegen de overtreding van artikel 1b of 1a van de Woningwet.

Er kan worden opgetreden met een:

In de jurisprudentie zijn meerdere voorbeelden te vinden van handhaving van de Woningwet in het geval van woonoverlast.

Optreden tegen overlast, ook in tuinen en bij bouwwerken

Maak bij het bestrijden van woonoverlast gebruik van de brede toepasbaarheid van begrippen uit artikel 1 van de Woningwet:

  • Bouwwerk is niet gedefinieerd in de Woningwet.
  • Op een open erf zijn er meer mogelijkheden tot handhaven. Een tuin valt onder open erf.

Bouwwerk en open erf
Het begrip bouwwerk is met opzet niet gedefinieerd en is ruimer dan het begrip gebouw. Ook bij een constructie in de tuin of op het erf die géén gebouw is, kan de gemeente in principe handhavend optreden op grond van de Woningwet. Jurisprudentie wijst uit dat een tuin binnen de bouwwetgeving als een open erf te beschouwen is

Optreden tegen overlast die een gevaar is voor veiligheid of gezondheid

De Woningwet stelt dat het bouwen, verbouwen of gebruiken van bouwwerken en open erven geen gevaar mag opleveren voor de veiligheid of gezondheid van mensen, dieren en goederen. De bepaling veiligheid of gezondheid is niet nader gespecificeerd om de toepasbaarheid breed te houden.

» Artikel 1a Woningwet

Uit een voorbeeld van de regering uit de Memorie van toelichting bij Artikel 1a van de Woningwet blijkt hoe dit artikel kan worden toegepast in overlastsituaties: In Artikel 1a Woningwet staat beschreven dat eigenaar en gebruiker van onder andere een bouwwerk en een open erf de plicht hebben geen gevaar te vormen voor de veiligheid of gezondheid. Dat houdt in dat de gemeente bijvoorbeeld kan handhaven in het geval van een te hoge concentratie van asbestdeeltjes of ontbrekende dan wel niet-werkende sanitaire voorzieningen. In het geval van onhygiënische, onveilige of overlastgevende bewoning is ook sprake van overtreding van de zorgplicht.

In de praktijk gaat het om voorbeelden zoals vervuilde woningen en overmatige aanwezigheid van huisdieren, maar ook drassigheid, stank, verontreiniging, (on)gedierte, begroeiing of voorwerpen in tuinen.

Optreden tegen overlast op basis van overtreding Bouwbesluit

Iemand mag een bestaand gebouw niet in een staat houden of brengen die in strijd is met het Bouwbesluit.

» Artikel 1b lid 2 sub a Woningwet

Optreden tegen woonoverlast
Hierdoor kan een gemeente met bestuursdwang of een last onder dwangsom optreden tegen verbouwingen zonder de benodigde vergunning of tegen achterstallig onderhoud. Denk bijvoorbeeld aan (illegale) verbouwingen, aantasting van het gebouw als gevolg van vocht, hennepplantages of ‘matrassenpanden’.

Bij hennepkwekerijen en matrassenpanden kan bijvoorbeeld gehandhaafd worden wegens brandgevaar (Bouwbesluit, Gebruiksbesluit) én wegens gebruik van het pand in strijd met het bestemmingsplan. Een gebouw in een staat houden of brengen die in strijd is met het Bouwbesluit is ook een economisch delict, waarvoor op basis van artikel 1a sub 2 Wet op de Economische delicten strafrechtelijk kan worden vervolgd.

Optreden tegen overlast door verbeteringen aan het gebouw te eisen

Het college van B&W kan van een eigenaar eisen dat die het gebouw verbetert tot een hoger niveau dan het minimumniveau zoals voorgeschreven in het Bouwbesluit (bestaande bouw).

» Artikel 13 Woningwet

Optreden tegen woonoverlast
Het niveau waarop het gebouw gebracht moet worden, mag niet hoger zijn dan het niveau dat het Bouwbesluit voorschrijft voor nieuwbouw. Deze eis kan ook op een ander terrein dan veiligheid en gezondheid worden toegepast, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid. Een gemeente kan als onderdeel van haar milieubeleid energiebesparende voorzieningen verplichten, mits die verplichting goed is onderbouwd en oog heeft voor het terugverdienen van de ingreep. Let wel, hierover is nog weinig jurisprudentie.

Optreden op basis van handhaving welstandseisen

Een slecht onderhouden woning kan in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand. De buren kunnen zich storen aan het uiterlijk van een woning.

Het uiterlijk van een gebouw mag niet in strijd zijn met ‘redelijke eisen van welstand’ (artikel 12 Woningwet). Om die eisen te handhaven, moet de gemeente een welstandsnota opstellen met criteria waaraan de eisen van welstand worden getoetst (artikel 12a Woningwet).

De redelijke eisen van welstand gaan over het uiterlijk van een bouwwerk of over de staat van onderhoud. Ook kan een gemeente desgewenst eisen stellen aan de stijlkwaliteit van (herstel)bouwwerkzaamheden. De gemeente handhaaft de redelijke eisen van welstand op basis van haar welstandsnota en gaat uiterlijke verwaarlozing van bouwwerken tegen.

Optreden op basis van handhaving milieuregelgeving

De Afvalstoffenverordening biedt mogelijkheden om afval op straat tegen te gaan. Ook kan woonoverlast als vervuilde en verloederde woningen en tuinen op grond van de Wet milieubeheer (Wm), en de Afvalstoffenverordening worden aangepakt.

Optreden op basis van Wet ruimtelijke ordening en bestemmingsplan

Mensen die woonoverlast veroorzaken handelen soms in strijd met het bestemmingsplan, met name door op een plaats met woonbestemming bedrijfsmatige handelingen te verrichten. Denk aan logies of hennepplantages.

Optreden tegen woonoverlast
Het college van B&W is verantwoordelijk voor de handhaving van het bestemmingsplan en kan een last onder dwangsom of bestuursdwang toepassen (artikel 7.1 Wet ruimtelijke ordening). De aanpak van overlast op grond van het bestemmingsplan speelt ook wanneer sprake is van een uit de hand gelopen hobby, waarbij de grens met bedrijfsmatigheid wordt overschreden. Denk aan het gebruik van een woning voor het houden van dieren die overlast veroorzaken of een werkplaats.