Woonoverlast

Meer weten?

Het CCV helpt

Hulp nodig bij de aanpak van woonoverlast? Bel of mail met Katja Steverink van het CCV, 06 - 104 476 46.

Hulpverlening

Bij veel overlastgevallen spelen psychische problemen een rol. Overlastgevers of overlastgevende gezinnen zijn dan niet altijd redelijkerwijs aanspreekbaar op hun gedrag. De overlast moet echter wel gestopt worden, zeker als die ernstig is.

Gemeente, politie, OM, corporatie en zorg moeten nauw samenwerken om voor deze mensen de passende zorg te regelen en de overlast te beëindigen.

Bemoeizorg

Kwetsbare overlastveroorzakers zoeken of aanvaarden vaak geen hulp, omdat zij vinden dat ze geen hulp nodig hebben. Hulpverleners komen hiermee voor een dilemma te staan. Het weigeren van zorg of hulp is vaak geen weloverwogen keuze, maar komt voort uit bijvoorbeeld onmacht, onvermogen of angst.

Risico
Bij mensen die zorg mijden, worstelen met complexe problemen en die het risico lopen maatschappelijk te gronde te gaan, is het geen optie om te wachten tot ze zelf om hulp vragen. Ze krijgen hulp, of ze daar nu om vragen of niet, zo is de gedachte achter bemoeizorg.

Dat kan in de praktijk betekenen dat iemand meerdere keren langs moet gaan, of verschillende middelen moet inzetten, voordat degene hulp accepteert. De ervaring is dat uiteindelijk negen van de tien aanvankelijke zorgmijders alsnog hulp aanvaardt.

Partners
Een bemoeizorgteam bestaat uit vertegenwoordigers van een aantal instanties, die structureel samenwerken om zorgmijders te benaderen, oplossingen voor hen te vinden en hen uiteindelijk toe te leiden naar de reguliere hulpverlening. Bemoeizorgteams gaan net zo vaak bij iemand langs als nodig.

De belangrijkste partners in een bemoeizorgteam zijn de eerstelijns-gezondheidzorg, de verslavingszorg, het maatschappelijk werk, de gemeente (bijvoorbeeld de meldpunten overlast of afdelingen milieu of Bouw- en Woningtoezicht) en tot slot politie en justitie. In bepaalde gevallen kunnen ook specialistische partners deelnemen aan het team, zoals jeugdzorg of thuiszorg.

Informatie-uitwisseling
De gedachte achter ‘bemoeizorg’ is dat hulpverleners en hun partners zorg aanbieden aan (kwetsbare) mensen, die niet uit zichzelf hulp zoeken of toestaan. Om de juiste bemoeizorg te kunnen leveren, moeten partners uit verschillende disciplines samen werken, maar juist van deze groep cliënten is het vaak lastig toestemming te krijgen voor het delen van informatie.

Uit dit dilemma zijn in de praktijk een aantal convenanten voortgekomen, waarin verschillende partijen afspraken vastleggen over het uitwisselen van gegevens over cliënten. Die convenanten stellen de wet en de rechten van de betrokkenen voorop, maar bieden wel een grondslag voor onderlinge, zorgvuldige informatie-uitwisseling.

Meer informatie

  • Handreiking Gegevensuitwisseling in de bemoeizorg
    GGD-Nederland, GGZ-Nederland en KNMG maakten deze handreiking over het uitwisselen van gegevens ten behoeve van proactieve, bemoeiende zorg. Ook met voorbeelddocumenten.
  • Convenant Politie-GGZ
    GGZ Nederland en de Raad van Korpschefs (politie) sloten dit convenant waarin ze hebben vastlegd hoe zij samen omgaan met verwarde personen in een crisis.

Huisbezoek

Overheden of instanties die actief hulp bieden aan mensen moeten vanzelfsprekend grondrechten in acht nemen. Zo waarborgen artikelen 10 en 12 Grondwet het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het huisrecht.

Deze artikelen hebben onder andere consequenties wanneer een ‘bemoeizorger’ van de overheid iemands woning wil binnentreden.

Toestemming
Iedereen die een woning wil binnentreden moet toestemming hebben van de bewoner. De bewoner moet volledige en juiste informatie krijgen over de reden van dat bezoek, die informatie begrepen hebben én op basis daarvan vrijwillig toestemming hebben gegeven.

In gevallen waarbij ernstige schade of gevaar dreigen voor betrokkenen of een ander, of gewetensnood dreigt, kunnen bepaalde functionarissen gemachtigd zijn zonder toestemming van de bewoner een woning te betreden.

Woningwet
De Woningwet is belangrijk bij de aanpak van vervuilde en verpauperde woningen. Het toezicht op naleving van de Woningwet is vaak de grondslag van het binnen- en optreden ‘achter de voordeur’.

Praktijkvoorbeeld: Zoetermeer
In de gemeente Zoetermeer nam Bouw- en woningtoezicht een kijkje achter de voordeur en ontdekte een ernstige vervuilde en brandgevaarlijke woning. Vervolgens heeft het college van B&W de woning laten schoonmaken. De afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat deze acties rechtmatig zijn.

Zie LJN: BX5271 en BX5267.

Woonbegeleiding

Er vindt de laatste jaren een proces van extramuralisering plaats. Dat wil zeggen dat meer mensen die voorheen in een instelling zouden verblijven, nu ambulant, oftewel buiten de instelling behandeld worden, onder andere om participatie te stimuleren.

Woonvormen voor bijzondere doelgroepen
De juiste (intensieve) begeleiding biedt psychisch kwetsbare mensen mogelijkheden de regie over hun eigen leven te voeren en te participeren in de maatschappij.

Gemeenten en GGZ-instellingen kunnen zorgen voor woonvormen voor bijzondere doelgroepen, zoals begeleid en beschut wonen in kleine wooneenheden of individueel. De gemeenten kunnen hierover afspraken maken met woningcorporaties.

Wet tijdelijk huisverbod

De Wet tijdelijk huisverbod (Wth) is in te zetten bij gevallen van huiselijk geweld. De wet is dus niet bedoeld om woonoverlast tegen te gaan, maar kan toch helpen overlast te stoppen die het gevolg is van huiselijk geweld.

Burgemeester legt op
De burgemeester (of bij mandaat de hulpofficier van justitie) kan een tijdelijk huisverbod opleggen. Iemand die een huisverbod krijgt opgelegd moet de woning onmiddellijk verlaten en mag vervolgens een bepaalde periode zijn huis niet betreden en geen contact opnemen met huisgenoten.

Hulp- en adviesinstanties
De burgemeester moet meteen de relevante hulp- en adviesinstanties op de hoogte stellen van het huisverbod. Deze instanties moeten binnen 24 contact opnemen met zowel de uithuisgeplaatste als de thuisblijvers en stappen zetten om de problematiek waar het geweld uit voortkomt op te lossen.

Het huisverbod mag tien dagen duren en kan verlengd worden tot een totale duur van maximaal vier weken.

Criteria:

  • Betrokkene is meerderjarig;
  • Betrokkene levert ernstig en onmiddellijk gevaar op voor zijn of haar huisgenoten of er bestaat een ernstig vermoeden dat dit gevaar aanwezig is.

Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld
Met een Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) bepaalt de burgemeester of hulpofficier van justitie of er een huisverbod moet worden opgelegd. Het RiHG taxeert aan de hand van risico-indicatoren de dader, het incident en de context waarbinnen het geweld zich afspeelt of dreigt af te spelen.

Indicatoren zijn bijvoorbeeld eerdere, door de politie geregistreerde incidenten, alcohol- of drugsgebruik, het gebruik van psychisch of lichamelijk geweld, spanningen in het gezin door werkproblemen of sociaal isolement. Het invullen van een RiHG is een hulpmiddel bij het bepalen van het risico, maar is niet vereist voor de Wth.

Meer informatie
Kijk voor meer informatie op www.huisverbod.nl

ISD-maatregel

Mensen die keer op keer strafbare feiten plegen, zogenoemde stelselmatige daders, vormen een bron van overlast voor de samenleving en soms ook van woonoverlast. Het blijkt dat veel stelselmatige daders kampen met drugs- en alcoholverslaving, psychische problemen of een verstandelijke beperking.

Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders
De maatregel ‘plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders’ (ISD-maatregel) beoogt de overlast die stelselmatige daders de samenleving bezorgen tegen te gaan. Hoewel de maatregel niet bedoeld is om woonoverlast tegen te gaan, is hij wel te gebruiken om omwonenden te beschermen wanneer buiten de woning, bijvoorbeeld in een portiek of gemeenschappelijke tuin, bepaalde personen stelselmatig over gaan tot mishandeling, bedreiging of vernieling.

Criteria
Omwonenden hebben dan in de buitenruimte last van het gedrag, maar kunnen die overlast ook in de eigen woning ondervinden. De rechter kan de ISD-maatregel opleggen op vordering van het openbaar ministerie, als:

  • de betrokkene een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten;
  • de betrokkene een stelselmatige dader is;
  • de veiligheid van personen of goederen de maatregel vereist.

Stelselmatige dader
Iemand is een stelselmatige dader als hij of zij in de afgelopen vijf jaar tenminste driemaal onherroepelijk veroordeeld is tot een vrijheidsbenemende, vrijheidsbeperkende of taakstraf. De maatregel wordt alleen opgelegd als er ook daadwerkelijk capaciteit is om hem uit te voeren. Ook mensen met een psychische aandoening kunnen deze maatregel opgelegd krijgen; in dat geval kunnen daders worden geplaatst in een inrichting binnen de geestelijke gezondheidszorg.

Resocialisatietraject of ‘kale detentie’
Als er voldoende aanknopingspunten zijn, wordt met de dader een resocialisatietraject gestart. Zijn die aanknopingspunten er niet, wordt de maatregel uitgevoerd als ‘kale detentie’.
De maatregel staat en valt met de nazorg die na het verblijf in de inrichting wordt aangeboden. Om te voorkomen dat daders na dat verblijf in hun oude gedrag vervallen, hoort de gemeente te zorgen voor huisvesting en begeleiding, bijvoorbeeld bij het vinden van een dagbesteding.

Gedwongen zorg - Wet Bopz

De Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) geeft zorgverleners de mogelijkheid om patiënten die door een stoornis van hun geestvermogens een gevaar vormen voor zichzelf of anderen, onder dwang op te nemen in een psychiatrisch ziekenhuis, psychogeriatrisch verpleeghuis of instelling voor verstandelijk gehandicapten. Ook biedt de wet mogelijkheden om deze mensen, als zij eenmaal onder dwang zijn opgenomen, in de instelling aan dwangbehandeling en andere vormen van dwang te onderwerpen.

Een belangrijk doel van de wet is rechtsbescherming bieden aan patiënten die geconfronteerd worden met dit soort vergaande inbreuken op hun grondrechten.
bron: website KNMG

De Wet Bopz wordt over enige tijd vervangen door de Wet Verplichte geestelijke gezondheidszorg. De nieuwe wet wil gedwongen behandeling van mensen met psychische problemen minder ingrijpend maken. Een belangrijk verschil is dat verplichte zorg straks ook buiten een instelling opgelegd kan worden. Bijvoorbeeld door iemand buiten een instelling verplichte begeleiding te geven, aan huis of in een polikliniek.
bron: website Dwang in de Zorg

Vier bepalingen uit de Wet Bopz komen hier aan de orde:

  • De voorlopige machtiging
  • De voorwaardelijke machtiging
  • De inbewaringstelling
  • De zelfbindingsverklaring.

Wet Bopz: Voorlopige machtiging

Criteria:

  • Betrokkene lijdt aan een door een psychiater en een tweede onafhankelijke psychiater vastgestelde geestesstoornis;
  • Als gevolg hiervan vormt hij een gevaar voor zichzelf, anderen of zijn omgeving;
  • Dit gevaar kan niet buiten een instelling worden afgewend;
  • De betrokkene toont zich niet bereid tot vrijwillige opname.

De officier van justitie kan ambtshalve, of op verzoek van iemands partner, familie of vertegenwoordiger bij de rechter een verzoek doen tot een voorlopige machtiging. Bij dat verzoek moet altijd een geneeskundige verklaring van een psychiater worden overlegd.

Wanneer de rechter het verzoek inwilligt en een voorlopige machtiging afgeeft, kan iemand tegen zijn of haar wil worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. De machtiging is maximaal zes maanden geldig en kan eventueel verlengd worden door het verlenen van een ‘machtiging tot voortgezet verblijf’ als opname in het ziekenhuis nog steeds noodzakelijk is.

Iemand kan ook zelf een verzoek tot voorlopige machtiging indienen. Dit kan bijvoorbeeld van pas komen bij iemand die kampt met een verslaving. Als hij op enig moment bereid is zich te laten opnemen, maar vreest dat hij op een later moment niet meer aan behandeling of opname wil meewerken, kan een voorlopige machtiging ervoor zorgen dat hij in het psychiatrisch ziekenhuis moet blijven. De officier van justitie dient in dat geval op verzoek van de betrokkene het verzoek voor een voorlopige machtiging in bij de rechter.

In geval van drugs- of alcoholverslaving is onder de Wet Bopz opname soms mogelijk wanneer het psychisch functioneren door de verslaving of door een bijkomende psychiatrische aandoening ernstig verstoord is en gevaar veroorzaakt. Dit is het geval wanneer (de samenhang van) denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen zo zijn ontwricht, dat de betrokkene een willoos werktuig wordt.
Zie: HR 25 september 2005, BJ 2005, 35

Wet Bopz: Voorwaardelijke machtiging

Criteria:

  • Betrokkene lijdt aan een geestesstoornis;
  • Als gevolg hiervan vormt hij een gevaar voor zichzelf, anderen of zijn omgeving;
  • Dit gevaar kan buiten een psychiatrisch ziekenhuis slechts door het stellen en naleven van voorwaarden worden afgewend;
  • De betrokkene toont zich niet bereid tot vrijwillige opname;
  • Er wordt een behandelingsplan voorgelegd aan de rechter;
  • De betrokkene is bereid de voorwaarden na te leven of het is redelijk om te verwachten dat hij dat zal doen.

In plaats van direct een voorlopige machtiging af te geven, kan de rechter ook een voorwaardelijke machtiging toekennen. Dit is een soort tussenstap, waarbij met de betrokkene een aantal voorwaarden, zoals het innemen van medicijnen, wordt afgesproken. Komt hij deze afspraken niet na, dan gaat de geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis op verzoek van behandelaar, partner, familie of vertegenwoordiger van de betrokkene over tot opname. De voorwaardelijke machtiging gaat op dat moment over in een voorlopige machtiging.

Wet Bopz: In bewaringstelling (ibs)

Criteria:

  • Betrokkene veroorzaakt onmiddellijk dreigend gevaar;
  • Er bestaat een ernstig vermoeden dat de betrokkene dit gevaar veroorzaakt door een geestesstoornis;
  • Het gevaar is zo acuut dat een voorlopige machtiging niet kan worden afgewacht;
  • Betrokkene toont zich niet bereid tot vrijwillige opname;
  • Het gevaar kan niet op een andere manier worden afgewend.

Spoed
Als de situatie vraagt om handelen met spoed en de procedure voor een voorlopige machtiging niet kan worden afgewacht, kan iedereen – ook hulpverleners of omwonenden - de burgemeester verzoeken een last tot inbewaringstelling af te geven. De burgemeester (of de door hem afgevaardigde wethouder) mag een ibs alleen afgeven op basis van een geneeskundige verklaring van een onafhankelijke, dat wil zeggen niet recent bij de behandeling betrokken, psychiater.

Is de ibs afgegeven, dan mag de betrokkene tegen zijn wil worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. De burgemeester draagt de tenuitvoerlegging van de ibs op aan politieambtenaren, bijgestaan door mensen met kennis van psychische stoornissen.

Direct na het afgeven van een ibs moeten zowel de officier van justitie als de inspecteur van de volksgezondheid op de hoogte worden gesteld van de ibs-maatregel. De officier van justitie moet als hij het nodig acht dat de ibs voortduurt, de eerstvolgende werkdag een verlenging van de maatregel verzoeken bij de rechtbank. Een ibs heeft een maximale duur van drie weken.

Wet Bopz: Zelfbindingsverklaring

Criteria:

  • Betrokkene heeft een geestesstoornis;
  • Betrokkene is in staat om zijn wil met betrekking tot behandeling of opname en verblijf te bepalen;
  • In de zelfbindingsverklaring staat onder welke omstandigheden, voor welke duur en in welk psychiatrisch ziekenhuis betrokkene wil worden opgenomen;
  • Bij de zelfbindingsverklaring wordt een geneeskundige verklaring van de behandelend psychiater overlegd.

Omstandigheden
Mensen die lijden aan een chronische psychiatrische stoornis kunnen, op het moment dat zij vrij zijn van symptomen, in een zelfbindingsverklaring vastleggen wat er mag gebeuren als de symptomen weer de kop op steken. In die zelfbindingsverklaring staan mogelijke omstandigheden omschreven en de acties die anderen daarop mogen nemen, zoals (gedwongen) opname en behandeling.

Doet één van die omstandigheden zich voor, dan kan de arts de officier van justitie vragen een verzoek tot het verlenen van een zelfbindingsmachtiging in te dienen. De zelfbindingsmachtiging duurt nooit langer dan de in de zelfbindingsverklaring vastgelegde duur van de behandeling en nooit langer dan zes weken.

Schema overzicht Wet Bopz

Download