Woonoverlast

Bestuursrechtelijke gedragsaanwijzing (door de burgemeester)

Sinds 1 juli 2017 is de Wet aanpak woonoverlast van kracht. Met deze wet hebben burgemeesters de mogelijkheid gekregen om specifieke gedragsaanwijzingen te geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen. Het vergroot de wettelijke mogelijkheden die gemeenten hebben in de aanpak van woonoverlast.
Met de Wet aanpak woonoverlast is de Gemeentewet gewijzigd door toevoeging van artikel 151d Gemeentewet.

Stappenplan 'Aan de slag met de gedragsaanwijzing (burgemeester)'

Voordat een burgemeester gebruik kan maken van zijn bevoegdheid, zijn de volgende stappen van belang.

Stap 1: De gemeenteraad neemt een verordening aan
Het artikel 151d van de Gemeentewet biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om in de APV vast te leggen dat een gebruiker van een erf of woning zorgt dat er geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden veroorzaakt wordt. Mocht deze ernstige hinder toch plaatsvinden, dan heeft de burgemeester de bevoegdheid om handhavend op te treden.

In de verordening kan de raad regels stellen aan de uitoefening van de bevoegdheid van de burgemeester. Ook kan de raad in de verordening specificeren in welke concrete gevallen van ernstige overlast de burgemeester de last op kan leggen.

De Wet aanpak woonoverlast is per 1 januari 2021 gewijzigd. De belangrijkste wijziging is dat een burgemeester direct de verhuurder aan kan spreken bij zeer overlastgevend gedrag van huurders. Hij kan een gedragsaanwijzing opleggen aan de verhuurder als deze zich niet, of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder. De burgemeester kan dit direct doen en hoeft daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken.

Een gedragsaanwijzing kon al aan verhuurders worden opgelegd, als hun huurders niet waren ingeschreven in de BRP. Denk aan toeristen en arbeidsmigranten die korter dan 4 maanden in Nederland verblijven. Per 1 januari 2021 is dat nu ook mogelijk voor alle verhuurders, ongeacht wel of geen BRP-inschrijving van hun huurders. Dus ook voor huisjesmelkers en uitzendbureaus die panden verhuren en waar huurders ernstige en herhaaldelijk overlast veroorzaken.

Modelverordening
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een model APV-bepaling opgesteld voor het gebruik van deze wet. In verband met de wijziging van 1-1-2021 is artikel 1 aangepast.

Model APV-bepaling aanpak woonoverlast
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

2. Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid.

[3. De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke:
a. geluid- of geurhinder;
b. hinder van dieren;
c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;
d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;
e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.]

Tip: neem gelijk een aanpassing mee voor het tijdelijk huisverbod!
Voor de duidelijkheid is het ook wenselijk om over het tijdelijk huisverbod een extra lid toe te voegen in de verordening. Zie het voorbeeld uit de gemeente Ede: ‘De last kan een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf als bedoeld in artikel 151d, derde lid, van de Gemeentewet.’

Stap 2: De burgemeester stelt beleidsregels op
Op welke wijze de burgemeester gebruik kan maken van zijn handhavingsbevoegdheid kan hij in beleidsregels vastleggen. Een stappenplan is hierbij een handig hulpmiddel dat overzicht biedt wanneer welk middel kan worden ingezet om de overlast ongedaan te maken. Denk hierbij aan het opleggen van een specifieke gedragsaanwijzing in de vorm van een last onder dwangsom dan wel een last onder bestuursdwang.

Voorbeelden beleidsregels:

Stap 3: De burgemeester zet in individuele gevallen zijn bevoegdheid in
Als de gemeenteraad een verordening heeft aangenomen, kan de burgemeester in individuele gevallen van woonoverlast onderzoeken of hij een gedragsaanwijzing inzet. Hij zal onderzoeken of de overlast zich voortdoet en bekijken hoe ernstig deze is. De burgemeester kan slechts van deze bevoegdheid gebruik maken, wanneer de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte manier kan worden tegengegaan. Ook wordt onderzocht of de overlast met een ander instrument kan worden gestopt. Een onderbouwd dossier is een belangrijke voorwaarde om tot de afweging te komen of een gedragsaanwijzing moet worden opgelegd.

Besluit de burgemeester zijn bevoegdheid in te zetten, dan wordt vaak eerst een waarschuwing gegeven en/of een vrijwillige gedragsaanwijzing opgelegd. In de praktijk blijkt dat in veel casussen deze stap al veel effect kan hebben.

Mocht dit niet baten dan legt hij een gedragsaanwijzing op. In een dergelijke gedragsaanwijzing staat welke acties de overlastveroorzaker moet ondernemen of juist moet nalaten om te voorkomen dat de dwangsom verbeurt of bestuursdwang wordt uitgevoerd. Veelvoorkomende gedragsaanwijzingen zijn een verbod op het veroorzaken van geluidsoverlast, een verbod om buren te intimideren, te bedreigen of uit te schelden, een bezoekersverbod, een contactverbod en de verplichting op hulpverlening te accepteren.

De gedragsaanwijzing kan ook inhouden dat een overlastgever een tijdelijk huisverbod krijgt voor een periode van 10 dagen. Dit verbod kan verlengt worden tot maximaal 4 weken.
Het tijdelijk huisverbod wordt steeds vaker ingezet. In sommige gevallen om op te schalen als gedragsaanwijzingen niet worden nageleefd. Maar er zijn ook situaties waarbij het zo ernstig is dat het direct ingezet wordt.

Artikel 151d Gemeentewet
1. De raad kan bij verordening bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, er zorg voor draagt dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

2. De in artikel 125, eerste lid, bedoelde bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het in het eerste lid bedoelde voorschrift wordt uitgeoefend door de burgemeester. De burgemeester oefent de bevoegdheid uit met inachtneming van hetgeen daaromtrent door de raad in de verordening is bepaald en slechts indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan.

3. Onverminderd de laatste volzin van het tweede lid kan de last, bedoeld in de eerste volzin van dat lid, een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf. Het verbod geldt voor een periode van tien dagen. De artikelen 2, tweede lid, en vierde lid, aanhef en onder a en b, 5, 6, 8, eerste lid, aanhef en onder a en b, 9 en 13 van de Wet tijdelijk huisverbod zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de burgemeester bij ernstige vrees voor verdere overtreding de looptijd van het verbod kan verlengen tot ten hoogste vier weken.

Veelgestelde vragen over de bestuursrechtelijke gedragsaanwijzing

Wanneer kan de wet ingezet worden? Als alle andere opties niet gelukt zijn.
Eerst zal er op alle andere mogelijke manieren worden geprobeerd de overlast tegen te gaan. Denk aan een waarschuwing, een goed gesprek, buurtbemiddeling of mediation. Steeds zal nauwkeurig moeten worden gekeken welke overlast plaatsvindt en of andere wetgeving wordt overtreden, zoals de Woningwet. Pas als dit allemaal echt niet lukt, kan de burgemeester de bevoegdheid uit artikel 151d van de Gemeentewet gebruiken.

Is het zowel voor koop- als huurwoningen? Ja.
Het instrument uit artikel 151d Gemeentewet is toepasbaar bij zowel koop- als huurwoningen. Bij huurwoningen moet de verhuurder eerst het nodige doen tegen overlast. Een woningcorporatie kan tenslotte, los van deze wet, via het huurcontract druk uitoefenen op de overlastgever en overgaan tot het opleggen van gedragsaanwijzingen. Dit kan bij koopwoningen niet, want dan is er immers geen verhuurder. Loopt de route via de woningcorporatie stuk, dan is de inzet van artikel 151d Gemeentewet ook mogelijk bij huurwoningen.

Moet iedere gemeente deze bevoegdheid inzetten? Nee.
De gemeenteraad bepaalt of de burgemeester deze wet mag gebruiken of inzetten. In de ene gemeente zal de inzet wellicht meer nodig en gewenst zijn dan in een andere gemeente. De gemeenteraad zal daarbij moeten afwegen of op grond van de plaatselijke problematiek het reeds bestaande instrumentarium aanvulling behoeft. In sommige gevallen kan bijvoorbeeld al op grond van de Woningwet of andere regels tegen overlast worden opgetreden.

Moet iedere gemeente beleidsregels maken? Nee.
Een gemeente is niet verplicht om de beleidsregels op te stellen. Als de gemeenteraad de aanpassing in de APV aanneemt en in de tekst niet is opgenomen dat er beleidsregels komen of zijn, dan hoeft het niet. Hoewel het niet verplicht is, kan het wel raadzaam zijn om voor de burger meer duidelijkheid te scheppen. Op onderdelen kan de raad ook in de verordening al meer duidelijkheid scheppen.

Zijn er voorbeelden van de inzet van artikel 151d Gemeentewet? Ja, die zijn beschikbaar.
Onder het tabje 'Praktijkvoorbeelden' zijn een aantal voorbeeldcasussen beschreven. Er zijn ook voorbeelden beschikbaar van waarschuwingen en opgelegde gedragsaanwijzingen. Deze zijn te vinden onder kopje ‘Voorbeeldgedragsaanwijzingen’.

Zijn er voorbeelden van waarschuwingsbrieven, vrijwillige gedragsaanwijzingen, opgelegde gedragsaanwijzingen en tijdelijke huisverboden? Ja.
Mocht je geïnteresseerd zijn neem dan contact op met het CCV, dan ontvang je actuele voorbeelden.

Wordt de burgemeester nu voor alle burenruzies ingeschakeld? Nee.
Het instrument uit artikel 151d Gemeentewet kan niet zomaar worden ingezet. Er zijn vele waarborgen en voorwaarden voordat de burgemeester daadwerkelijk tot actie kan overgaan. Daarmee wordt voorkomen dat de bevoegdheid voor allerlei burenruzies wordt ingezet.

Vervangt art. 151d Gemeentewet andere instrumenten zoals een huurrechtelijke gedragsaanwijzing? Nee.
Woningcorporaties kunnen eigenstandig een huurrechtelijke gedragsaanwijzing opleggen. Een bestuursrechtelijke gedragsaanwijzing kan pas worden ingezet als de overlast redelijkerwijs niet op een andere geschikte manier kan worden tegengegaan. Het is altijd van belang dat gemeenten en woningcorporaties goed met elkaar samenwerken en alle interventies afwegen.

Kan er verplichte hulpverlening opgelegd worden aan een overlastgever? Ja dat kan.
In de praktijk blijkt dat een groot deel van de overlastgevers onderliggende problematiek heeft. Om de overlast duurzaam aan te pakken is het van belang om hulpverlening in te zetten. Dat gebeurt nu ook in allerlei casussen. Het is essentieel om vanaf het begin samen te werken met de zorg en in gezamenlijkheid te bepalen wat een overlastgever nodig heeft om te stoppen met overlast veroorzaken. Want als je alleen aanwijzingen oplegt en de overlastgever kan ze niet nakomen, omdat hij bijvoorbeeld psychische problemen heeft, dan is de kans aanwezig dat inzet van dit instrument niet het gewenste effect heeft.

Vroegtijdig overleg, afwegen of een gedragsaanwijzing zou kunnen bijdragen aan het stoppen van de overlast en het bepalen van de juiste aanwijzingen met mogelijk een component hulpverlening zijn de belangrijkste succesfactoren. En dan moet nog blijken in de praktijk hoe iemand met bijvoorbeeld autisme, een gedragsstoornis of dementieklachten reageert op een gedragsaanwijzing.

Kan de overlastgever tijdelijk uit huis geplaatst worden? Ja.
Als de situatie echt ernstig is, is het mogelijk om de overlastgever een tijdelijk huisverbod te geven, om af te koelen. Die periode geldt voor tien dagen en kan worden verlengd tot vier weken. Dit kan natuurlijk niet zomaar, er gelden strenge eisen. Een tijdelijk huisverbod is echt een allerlaatste mogelijkheid.

Kan een tijdelijk huisverbod alleen opgelegd worden nadat een dwangsom of bestuursdwang is overtreden? Nee dat hoeft niet.
In zeer ernstige en acute situaties kan ook direct een huisverbod worden opgelegd in plaats van eerst, stap voor stap, bv. een aantal dwangsommen.

Kan het dossier dat is opgebouwd voor dat de Wet aanpak Woonoverlast in werking trad op 1 juli 2017, meetellen in de dossieropbouw en de te treffen maatregelen? Ja dat kan.
Gedragingen van voor 1 juli 2017 mogen wel meegeteld worden om aan te tonen dat er sprake is van ernstige en herhaaldelijke hinder. Het is mogelijk om gegevens en dossiers te gebruiken van voor de inwerkingtreding van de Wet aanpak woonoverlast om te onderbouwen dat er sprake is van langdurige en ernstige woonoverlast. Echter de gemeente zal moeten onderbouwen dat er op dit moment nog steeds sprake is van woonoverlast (ernstige hinder) die het rechtvaardigt om nu een gedragsaanwijzing te geven.

Kan deze wet ook gebruikt worden om overlast uit bedrijfspanden of cafés tegen te gaan? Nee.
Voorwaarde is dat de overlast moet plaatsvinden in of vanuit een woonhuis.

Kan de wet ook worden gebruikt voor het tegengaan van overlast vanuit woningen die in het kader van sites als Airbnb worden verhuurd? Ja.
Diverse gemeenten hebben te maken met woonoverlast vanuit woningen die verhuurd worden via websites zoals Airbnb en andere verhuurwebsites. Bij deze vorm van verhuur wordt een woning zeer regelmatig voor een korte periode verhuurd aan toeristen. Geregeld zorgen toeristen voor veel overlast vanuit de woning. Ze komen dronken thuis, maken veel lawaai en houden geen rekening met de buren. Het is alleen erg moeilijk om dit gericht aan te pakken, want de toeristen zijn meestal na een weekend weer weg en dus alweer gevlogen voordat instanties kunnen ingrijpen.

Met behulp van artikel 151d Gemeentewet kan wel de verhuurder worden aangepakt, als die zijn woning bijvoorbeeld in de weekenden vaak aan toeristen verhuurt. De verhuurder moet ervoor zorgen dat zijn huurders geen ernstige hinder veroorzaken. Omdat er sprake moet zijn van verhuur aan personen die niet als ingezetenen zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen, vallen gewone verhuurders buiten het bereik van dit amendement. Het is dus specifiek gericht op kort toeristisch verhuur.

De Wet aanpak woonoverlast is per 1 januari 2021 gewijzigd. Wat is er veranderd?
De belangrijkste wijziging is dat een burgemeester direct de verhuurder aan kan spreken bij zeer overlastgevend gedrag van huurders. Hij kan een gedragsaanwijzing opleggen aan de verhuurder als deze zich niet, of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder. De burgemeester kan dit direct doen en hoeft daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken.

Een gedragsaanwijzing kon al aan verhuurders worden opgelegd, als hun huurders niet waren ingeschreven in de BRP. Denk aan toeristen en arbeidsmigranten die korter dan 4 maanden in Nederland verblijven. Per 1-1-2021 is dat nu ook mogelijk voor alle verhuurders, ongeacht wel of geen BRP-inschrijving van hun huurders. Dus ook voor huisjesmelkers en uitzendbureaus die panden verhuren en waar huurders ernstige en herhaaldelijk overlast veroorzaken.

Kan een burgemeester nu ook aan een corporatie een gedragsaanwijzing opleggen? Ja.
In principe kunnen ook corporaties als verhuurder, als gevolg van de wetswijziging, worden aangesproken door de burgemeester bij ernstige en herhaaldelijk overlast van huurders, maar dat ligt minder voor de hand.

  • Corporaties hebben er zelf ook belang bij dat ze zorgdragen voor ongestoord woongenot voor hun huurders.
  • Ook zijn er veelal afspraken tussen corporatie(s) en gemeente (het is eerst aan de corporatie om overlast tegen te gaan) en is er in de praktijk een goede samenwerking, die ook tot uitdrukking komt in de woonvisie en overeengekomen prestatieafspraken.

Met deze wijziging wordt vooral gedoeld op de malafide, particuliere huisjesmelkers met panden waar meerdere huurders wonen of waar huurders snel wisselen.

Moet een gemeente zijn APV aanpassen als hij gebruik wil maken van de wetswijziging van 1-1-21? Ja.
De APV van de gemeente moet wel worden aangepast, als de gemeenteraad de burgemeester deze extra bevoegdheid wil geven.
Dat kan door het schrappen van de tussenzin ‘aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven’, die nu nog in de APV staat.

Tip: neem gelijk een aanpassing mee voor het tijdelijk huisverbod!
Voor de duidelijkheid is het ook wenselijk om over het tijdelijk huisverbod een extra lid toe te voegen in de verordening. Zie het voorbeeld uit de gemeente Ede: ‘De last kan een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf als bedoeld in artikel 151d, derde lid, van de Gemeentewet.’

Is de Wet aanpak woonoverlast een geschikt middel om maatregelen te treffen tegen online treiteren van buren (bijvoorbeeld via Facebook en Twitter)? Nee om meerdere redenen.

  • De Wet aanpak woonoverlast ziet toe op fysieke overlast die een directe invloed heeft op de woonomgeving en niet op gedragingen op internet.
  • Iedere gedragsaanwijzing met betrekking tot dit soort gedragingen zal bijna altijd een beperking van de vrijheid van meningsuiting zijn.
  • De gemeente is slechts bevoegd tot het treffen van maatregelen die betrekking hebben op het eigen grondgebied en niet tot gedragingen die verder reiken, zoals het internet.
  • Personen die zich bedreigd, gediscrimineerd of op een andere onrechtmatige wijze onheus bejegend voelen, kunnen daarvan aangifte doen bij de politie.
  • De meeste platforms ondernemen al actie als personen zich onheus behandeld voelen op het internet. en dit soort uitlatingen in strijd zijn met de algemene voorwaarden van het platform.

Zie voor meer informatie hieronder het tabje 'Online overlast zoals treiteren op Facebook en Twitter'.

Voorbeeldgedragsaanwijzingen

Diverse gemeenten zijn gestart met waarschuwingen en opgelegde gedragsaanwijzingen door de burgemeester bij ernstige woonoverlast. Hieronder vindt u voorbeelden van aanwijzingen.

Praktijkvoorbeelden

Zaak 1: verzoek handhaving Wet aanpak woonoverlast
Een inwoner van Roermond zegt veel overlast van de buren te ervaren. Hij verzoekt de burgemeester om op basis van de Wet aanpak woonoverlast op te treden tegen de buren. De burgemeester weigert. De man stapt vervolgens naar de rechter. Dat blijkt tevergeefs. Volgens de Raad van State kan de burgemeester namelijk helemaal niet handhaven, want de gemeenteraad heeft (nog) geen verordening als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet opgesteld.
lees de hele uitspraak

Zaak 2: gedragsaanwijzing blijft in stand bij voorzieningenrechter
Een man huurt een woonwagenstandplaats en veroorzaakt ernstige woonoverlast. Er is sprake van voortdurende geluidsoverlast en intimidatie. De burgemeester legt op basis van de Wet aanpak woonoverlast (artikel 151d Gemeentewet) meerdere gedragsaanwijzingen op aan een zeer overlastgevende bewoner en een vriendin. Het gaat om de volgende gedragsaanwijzingen:

  • Geen geluidsoverlast veroorzaken en laten veroorzaken, waaronder in ieder geval wordt verstaan schreeuwen, ruzie maken, langdurig en/of veelvuldig laten blaffen van een hond, hard geluid maken met behulp van gereedschap of andere voorwerpen en harde muziek of anderszins buitensporig onnodig geluid produceren;
  • Geen intimiderend gedrag, verbaal of non-verbaal, vertonen en laten vertonen, waaronder in ieder geval wordt verstaan het uitschelden, intimideren en bedreigen van omwonenden, het opsteken van een middelvinger en schreeuwen naar omwonenden, het zich bewust ophouden rondom of betreden van percelen of auto’s van omwonenden, met een motorvoertuig met hoge snelheid door de straat rijden, onaangelijnd laten lopen van een hond in de openbare ruimte, het toepassen van fysiek geweld of het aanbrengen van vernielingen aan bezittingen van anderen en het vertonen van ander intimiderend gedrag;
  • Geen alcohol en/of drugs te nuttigen en te laten nuttigen of te gebruiken en te laten gebruiken of daartoe aanwezig te hebben;
  • Geen afval of andere aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken zaken te verbranden of te laten verbranden of zich daarvan op een andere wijze te ontdoen of te laten ontdoen;
  • Niet op of in de onmiddellijke nabijheid van het woonwagenkamp aan de [straat] te [woonplaats] te verblijven na 22.00 uur en voor 7.00 uur de daaropvolgende dag (geldt alleen voor de vriendin);
  • Geen elders ingeschreven of woonachtige familie of bezoekers meer ontvangen of laten verblijven na 22.00 uur en voor 7.00 uur de volgende dag (geldt alleen voor bewoner);
  • Geen toercaravans en daarmee vergelijkbare roerende zaken bij de woonwagens te plaatsen en te laten plaatsen, al dan niet bedoeld om daarin te overnachten of te verblijven;
  • De aanwezige toercaravan(s) te (laten) verwijderen en nadien verwijderd te houden, nu deze kennelijk ten doel hebben daarin personen te laten overnachten of te verblijven (geldt alleen voor bewoner).

Bij overtreding van de gedragsaanwijzing moet een dwangsom van 500 euro per keer worden betaald, met een maximum van 3000 euro. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening van de bewoner af. Wel moet de burgemeester in zijn beslissing op bezwaar nadere aandacht besteden aan het recht op respect voor het privéleven uit artikel 8 EVRM.
lees de hele uitspraak

Zaak 3: gedragsaanwijzing verbod bezoek zoon
Een zoon van inwoners van Waalwijk zou ernstige overlast voor omwonden van zijn ouders veroorzaken. Er zou sprake zijn van geluidsoverlast en brandstichting. De burgemeester legt de ouders op grond van de Wet aanpak woonoverlast een gedragsaanwijzing op. Hun zoon mag niet langer dan twee uren per dagen in de woning zijn, en mag niet alleen in de woning zijn. Volgens de rechter is er onvoldoende bewijs voor de ernstige en herhaaldelijke hinder. Er zijn maar weinig meldingen en de incidenten zijn al langere tijd geleden. De rechter schorst daarom de gedragsaanwijzing.
lees de hele uitspraak

Zaak 4: huisverbod blijft in stand bij voorzieningenrechter
Een inwoner van Ede krijgt een tijdelijk huisverbod opgelegd van 10 dagen van de burgemeester, vanwege ernstige en herhaaldelijke overlast die deze man veroorzaakt. De overlastgever heeft beroep ingesteld, maar de voorzieningenrechter concludeert dat de burgemeester het huisverbod heeft mogen opleggen.

Sinds 2017 is er sprake van geluidsoverlast en overlast door het plaatsen van goederen. Er is al eerder een gedragsaanwijzing opgelegd met bijbehorende dwangsommen. Ondertussen is de maximale dwangsom van €20.000 verbeurd en de overlast gaat door.

De voorzieningenrechter oordeelt dat er wel degelijk sprake is van ernstige en herhaaldelijke overlast. Gelet op alle rapportages en processen-verbaal van de politie en de afdeling Toezicht van de gemeente heeft de burgemeester terecht deze conclusie getrokken.

De overlastgever voert diverse persoonlijke omstandigheden op zoals een overleden levenspartners, een faillissement en slachtofferschap van zware mishandeling. Ook werkt hij aan zijn financiën en krijgt hij hulpverlening. Hij heeft geen vervangende woonruimte.

De rechter oordeelt dat de burgemeester gezien de ernstige overlast de juiste afweging heeft gemaakt om het belang van de buren en ongestoord woongenot voorrang te geven. Overlastgever heeft veel kansen gehad. Er zijn gesprekken gevoerd, waarschuwingen gegeven en een gedragsaanwijzing opgelegd. Dat heeft niet het gewenste effect gehad. Vanaf januari is al gewaarschuwd dat er een mogelijk tijdelijk huisverbod zou volgen.

Het is de verantwoordelijkheid van de overlastgever zelf om vervangende woonruimte te zoeken. De burgemeester heeft laten weten dat hij een beroep kan doen op de maatschappelijke opvang.
lees de hele uitspraak

Zaak 5: Beroep tegen vorderen dwangsommen
De burgemeester van Dordrecht heeft aan een bewoner wegens aanhoudende geluidsoverlast een gedragsaanwijzing woonoverlast opgelegd voor de duur van 12 maanden, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 500,- per overtreding, met een maximum van € 3000,-.

Na overtreding van de gedragsaanwijzing zijn er drie verbeurde dwangsommen ingevorderd bij de bewoner. Een jaar later heeft de burgemeester opnieuw een gedragsaanwijzing woonoverlast opgelegd, nu voor 24 maanden, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 750,- per overtreding, met een maximum van € 3000,-. Na overtreding van de gedragsaanwijzing is één verbeurde dwangsom ingevorderd bij de bewoner.

De bewoner heeft tegen de verbeurde dwangsommen bezwaar gemaakt. Deze bezwaren zijn door de gemeente ongegrond verklaard. Verweerder heeft in beide beroepen een verweerschrift ingediend.

De rechter oordeelt dat de burgemeester heeft gehandeld volgens de Beleidsregels Wet aanpak woonoverlast gemeente Dordrecht. Daarnaast is er genoeg bewijs dat aantoont dat de in de gedragsaanwijzing opgelegde eisen zijn overtreden. De rechtbank verklaart de beroepen daarom ongegrond.
lees de hele uitspraak

Handreiking do’s en don’ts Wet aanpak woonoverlast

Wat moet je doen en vooral nalaten bij de dossieropbouw, handhaving en naleving van een gedragsaanwijzing die opgelegd is vanuit de Wet aanpak woonoverlast?

In een 'overlastlab' deelden experts uit 12 gemeenten en het Zorg- en Veiligheidshuis Twente hun ervaringen. Deze vatte het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV) samen in de Handreiking do’s en don’ts Wet aanpak woonoverlast.

Inzicht in de samenwerking tussen handhavers en hulpverleners

Gemeentelijke experts die ervaring hebben met de inzet van de Wet aanpak woonoverlast gingen tijdens een overlastlab samen met hun partners uit de zorg dieper in op hun onderlinge samenwerking. Welke taken en rollen zien zijn voor zichzelf en de ander weggelegd?

Hoe zien of ervaren zij elkaar; welke stereotype beelden leven er? Wat zijn hun behoeften in deze samenwerking? Maar ook verwoordden ze met elkaar de succesfactoren en valkuilen voor een goede samenwerking.

Escalatieladder Wet aanpak woonoverlast

Sinds de invoering van de Wet aanpak woonoverlast hebben professionals veel vragen over de stappen die genomen kunnen worden om de wet toe te passen. Zoals: welke stappen zijn er? Hoe kun je opschalen en welke juridische maatregelen kun je nemen als een overlastgever niet stopt met de overlast? Zijn hier al voorbeelden van?

Van buurtbemiddeling tot huisverbod
Om antwoord te geven op deze vragen en meer inzicht te geven in de toepassing en opschaling van de wet ontwikkelde het CCV samen met de Rijksuniversiteit Groningen de escalatieladder. Deze ladder bestaat uit 6 treden. Bij iedere stap worden de handhavingsmaatregelen om de overlast te stoppen ingrijpender.

Aan het begin is een maatregel laagdrempelig zoals de inzet van buurtbemiddeling, maar bij aanhoudende ernstige overlast kan zelfs worden overgegaan tot een huisverbod van 10 dagen.

Bekijk alle stappen van de Escalatieladder Wet aanpak woonoverlast.

Evaluatie 2020

In 2020 verscheen de tussentijdse evaluatie van de Wet aanpak woonoverlast. Uit de evaluatie blijkt dat gemeenten in overwegende mate (50%) positief of neutraal (44%) zijn over de toevoegde waarde van de wet. Slechts een klein deel van de gemeenten is negatief (5%).

Een paar bevindingen uit de evaluatie:

  • Ongeveer 70% van de gemeenteraden heeft in 2019 een verordening met betrekking tot de Wet aanpak woonoverlast opgesteld. Als dat (nog) niet is gebeurd dan ligt dan vooral aan het ontbreken van capaciteit (86%) en niet aan het niet of nauwelijks voorkomen van ernstige woonoverlast in de gemeente (20%).
  • Meer dan 80% van de gevallen hebben de gemeenteraden de modelverordening van de VNG gebruikt.
  • In bijna 70% van de gevallen is het begrip ernstige overlast in de verordening en het beleid gespecificeerd door te verwijzen naar de toelichting van de VNG.
  • Meer dan de helft (56%) van de gemeenten met een verordening heeft geen nieuwe afspraken gemaakt met ketenpartners als woningcorporaties en zorgverleners.
  • Van de gemeenten met een verordening, maakt 44% gebruik van waarschuwingen voor toepassing van de wet. Een waarschuwing wordt door sommige gemeenten ook wel gezien als een concept-gedragsaanwijzing.
  • In 16% van de gemeenten met de verordening is een gedragsaanwijzing opgelegd. Het gaan dan vooral om een gedragsaanwijzing in de vorm van een last onder dwangsom (74%) en minder vaak om een last onder bestuursdwang (26%).
  • Het gaat bij de opgelegde gedragsaanwijzingen in verreweg de meeste gevallen om geluids- en geurhinder (81%). Uit interviews blijkt dat het vooral om geluidsoverlast gaat. In 63% is sprake van intimidatie en in 44% van hinder van derden in de woning. Uit de interviews blijkt dat altijd het gaat om langdurige, ernstige en complexe overlast.
  • In 33% van de gevallen waarin een gedragsaanwijzing is opgelegd, is de overlast verminderd. In 26% is de overlast verdwenen, en in 15% is de overlastveroorzaker verhuisd. In 15% is de overlast niet verminderd.
  • Als succesfactoren worden door de gemeenten die een gedragsaanwijzing hebben opgelegd een duidelijke regierol voor de gemeente (78%) en samenwerking met ketenpartners (70%) genoemd. Als belangrijkste knelpunten wordt de handhavingscapaciteit (52%) en uitwisseling van persoonsgegevens genoemd (43%).
  • 83% van de gemeenten die een gedragsaanwijzing hebben opgelegd noemen als neveneffect dat de gedragsaanwijzing te hoge verwachtingen bij de personen die overlast ondervinden wekt.
  • De meerderheid van de gemeenten vindt de Wet aanpak woonoverlast een goede aanvulling op het bestaande instrumentarium.

Een paar interessante bevindingen uit de tussenevaluatie over de relatie tussen de Wet aanpak woonoverlast en mensen met verward gedrag:

  • Iets meer dan de helft (56%) van de gemeenten met een verordening heeft geen nieuwe afspraken gemaakt met ketenpartners. Als er wel afspraken zijn gemaakt, dan betreft dat slechts in 42% van de gevallen een afspraak met zorginstellingen.
  • Van de gemeenten met nieuwe afspraken zegt 55% tevreden te zijn met de samenwerking met zorginstellingen. 36% is neutraal, en 10% is ontevreden.
  • As succesfactor wordt door de gemeenten die een gedragsaanwijzing hebben opgelegd de samenwerking met ketenpartners (70%) genoemd.
  • Bij de gevallen waarin een gedragsaanwijzing is opgelegd, is doorgaans sprake van multiproblematiek bij de overlastveroorzaker. Er is volgens de respondenten sprake van allerhande psychische problemen en stoornissen en het mijden van zorg.
  • In 52% van de gevallen waarin een gedragsaanwijzing is opgelegd, is een zorgpartij (wijkteam of andere organisatie) betrokken. In 26% van gevallen speelt volgens de gemeente wel zorgproblematiek, maar is geen zorgpartij betrokken. In 13% was geen zorgproblematiek aan de orde.
  • Uit de interviews blijkt dat respondenten soms ethische dilemma’s ondervinden bij het verplicht stellen van zorg op basis van de Wet aanpak woonoverlast. Genoemd wordt dat het lastig is om dat te doen als de overlastveroorzaker zelf niet inziet dat de problemen bestaan en een formele diagnose ontbreekt.
  • De stelling dat de Wet aanpak woonoverlast ook goed werkt in gevallen van psychische problematiek wordt vaker niet dan wel gesteund door alle respondenten.

Wisselwerking instrumenten gemeenten en verhuurders

In de praktijk zien we dat bij de aanpak van overlast soms wordt gekozen voor of een huurrechtelijke aanpak óf een bestuursrechtelijke aanpak. Als eenmaal de verhuurder aan de slag is, dan houdt de burgemeester afstand of andersom.

Dat is soms begrijpelijk, maar het is goed om de mogelijkheden tot samenwerking en het slim inzetten van juridische instrumenten helder voor ogen te hebben.

Kijk in deze rubriek voor aantal mogelijkheden waar verhuurder en de lokale overheid elkaar goed kunnen versterken.

Online overlast zoals treiteren op Facebook en Twitter

De Wet aanpak woonoverlast is geen geschikt middel om maatregelen te treffen tegen online treiteren van buren (bijvoorbeeld via Facebook en Twitter). Dit heeft meerdere redenen.

  • De Wet aanpak woonoverlast ziet toe op fysieke overlast die een directe invloed heeft op de woonomgeving en niet op gedragingen op internet.
  • Iedere gedragsaanwijzing met betrekking tot dit soort gedragingen zal bijna altijd een beperking van de vrijheid van meningsuiting zijn. Een beperking op de vrijheid van meningsuiting kan niet worden opgelegd door een gemeente zonder dat daarvoor een wettelijke basis is in de formele wet. Die wettelijke basis is er niet. Het kan ook niet zo zijn dat een burgemeester zomaar een gedragsaanwijzing oplegt met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting. Dat moet een rechter beoordelen.
  • De gemeente is slechts bevoegd tot het treffen van maatregelen die betrekking hebben op het eigen grondgebied en niet tot gedragingen die verder reiken. Bij internet reikt dit altijd verder dan alleen het eigen grondgebied en dus heeft de gemeente daarover geen bevoegdheden. Dus ook aanpassing van de bepaling in de Gemeentewet lijkt geen soelaas te bieden. Daarvoor zou je landelijke wetgeving moeten maken.
  • Personen die zich bedreigd, gediscrimineerd of op een andere onrechtmatige wijze onheus bejegend voelen, kunnen daarvan aangifte doen bij de politie inzake bedreiging, smaad, laster of discriminatie. Het OM kan dan mogelijk vervolging instellen tegen degene die dit soort berichten verspreidt.
  • De eeste platforms ondernemen al actie als personen zich onheus behandeld voelen op het internet en dit soort uitlatingen in strijd zijn met de algemene voorwaarden van het platform. Zo werd bijvoorbeeld het account van Trump door Twitter na herhaalde overtredingen van de algemene voorwaarden beëindigd. Ook Facebook heeft de mogelijkheid om berichten in strijd met de regels te melden en blokkeert en verwijdert die berichten. Deze poortwachtersfunctie zal waarschijnlijk nog extra gaan gelden zodra de Digital Service Act van de Europese Unie van kracht wordt.

Conclusie:

  • Aanpak van onwenselijke online berichten is niet mogelijk via de Wet aanpak woonoverlast, omdat het niet gaat om fysieke overlast.
  • Het is geen bevoegdheid van de gemeente om maatregelen te treffen die potentieel de vrijheid van meningsuiting beperken en die verder gaan dan het grondgebied van de gemeente.
  • Slachtoffers hebben andere wegen ter beschikking om dit tegen te gaan. Zo kan er melding worden gemaakt bij het platform (bijvoorbeeld Twitter of Facebook). Het platform beoordeelt vervolgens of de uitingen in strijd zijn met de algemene voorwaarden. Zo ja, dan wordt het bericht verwijderd en bij meerdere overtredingen wordt het account (tijdelijk) geblokkeerd. Daarnaast kan er ook aangifte worden gedaan bij de politie.
  • Digital services act zal waarschijnlijk nadere maatregelen voorzien om dit soort uitlatingen tegen te gaan.

Terugkijken webinars, online sessies en vragenuurtjes

Vragenuurtje Wet aanpak woonoverlast
Ruim 150 professionals sloten aan bij de online update die het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV) op 24 juni 2021 (zie hieronder) organiseerde over de Wet aanpak woonoverlast. Dit leverde veel vragen op. Om al deze vragen te beantwoorden, werd op 30 juni 2021 een vragenuurtje gehouden.
Bekijk de videoregistratie van deze online bijeenkomst

Online sessie Wet aanpak woonoverlast
Ruim 150 professionals sloten aan bij de online update die het CCV op 24 juni 2021 organiseerde over de Wet aanpak woonoverlast. Aan de hand van actuele vraagstukken kregen deelnemers een beeld bij de zaken die spelen in het land. Ook kregen ze antwoorden op vragen als: hoe ziet een escalatieladder eruit en welke mogelijkheden biedt een tijdelijk huisverbod bij ernstige woonoverlast (en wat doe je vooral niet)?
Bekijk de videoregistratie van deze online bijeenkomst

Videoregistratie webinar ‘Ins & outs Wet aanpak woonoverlast’
Ernstige woonoverlast aanpakken is best ingewikkeld, want hoe doe je dat? Hoe stop je woonoverlast, bied je de overlastgever de juiste zorg en geef je omwonenden rust? Francis Saathof (Bureau Woontalent), Katja Steverink (het CCCV) en Michel Vols (Rijksuniversiteit Groningen) verzorgden op 28 september 2020 de webinar ‘Ins & outs Wet aanpak woonoverlast’.
Bekijk de videoregistratie van deze online bijeenkomst

Regiosessies en kenniskring

Het CCV heeft in opdracht van het ministerie van BZK regiosessies gehouden over de Wet aanpak Woonoverlast. In deze sessies werd uitgebreid stilgestaan bij de invoering van de nieuwe Wet binnen de aanpak van woonoverlast en wat dat betekent voor de gemeente, corporaties en andere partners uit de regio.

Naast de inzet van de gedragsaanwijzing door de burgemeester zijn we ook ingegaan op het gebruik van gedragsaanwijzingen, die al ingezet worden door corporaties en rechters bij overlast in huurwoningen.

In 2017 en 2018 zijn regiosessies verzorgd in: Zeist, Gouda, Kerkrade, Assen, Venlo, Breda, Apeldoorn, Purmerend en Lelystad.

Kenniskring
Naast de regionale sessies is er een kenniskring samengesteld met een aantal gemeenten die met het CCV de Wet verder uitdiepen en ervaringen uitwisselen. Op 2019 is deze kenniskring 4 keer bij elkaar gekomen en zijn casussen uitgewisseld. Ervaringen uit deze kenniskring worden gedeeld via deze website en het dossier bestuursrechtelijke gedragsaanwijzing.

Nieuwe werkzaamheden
Vanaf oktober 2020 tot aan januari 2022 zal het CCV in opdracht van het ministerie van BZK nieuwe werkzaamheden verrichten rondom de Wet aanpak woonoverlast zoals:

  • Meerdere kenniskringen;
  • Het organiseren van overlastlabs waarin actuele aandachtspunten rondom de Wet verder worden uitgewerkt;
  • De ontwikkeling van nieuwe kennis en online tools naar aanleiding van de kenniskringen en overlastlabs. Deze kennis en tools worden beschikbaar gesteld via o.a. de website.


Video 'Woonoverlast in koopwoningen'